Sessies configureren
In Personal Communications worden configuratiegegevens van de emulator opgeslagen in
een werkstationprofiel (WS-bestand) en SNA-gegevens in een
configuratiebestand (ACG-bestand). Afhankelijk van de configuratie van Personal Communications op
uw systeem beschikt u over alleen een werkstationprofiel of over een werkstationprofiel plus
een configuratiebestand. Dit profiel kan later worden gebruikt in andere
Personal Communications-sessies of u kunt er de betreffende sessie opnieuw mee starten.
Het SNA-configuratiebestand (ACG-bestand) wordt gebruikt voor de
initialisatie van het SNA-knooppunt van Personal Communications.
U kunt voor elk werkstationprofiel een pictogram maken. Daarna
kunt u dit sessiepictogram gebruiken om verbinding te maken met de
host met behulp van het opgeslagen werkstationprofiel.
Opmerking:
Als u meer dan één werkstationprofiel voor verbinding met een SNA-host configureert, is het raadzaam om
voor alle profielen hetzelfde SNA-configuratiebestand te gebruiken.
Als u geen gemeenschappelijk SNA-configuratiebestand gebruikt, moet u
ervoor zorgen dat er geen conflicten optreden tussen de
verbindingsnamen of PU-namen (bij 3270-sessies) van de twee
configuratiebestanden.
Ook moeten de gegevens over het lokale systeem in de vensters
Configuratie Lokaal Systeem overeenkomen. Als deze niet
overeenkomen, kunnen onvoorspelbare resultaten optreden.
- Configureren voor iSeries, eServer i5 of System i5
- Om verbinding te maken met een iSeries-, eServer i5- of System i5-systeem, moeten bepaalde configuratiegegevens in het werkstationprofiel overeenkomen met de informatie zoals opgegeven op het iSeries-, eServer i5 of System i5-systeem. Raadpleeg de iSeries, eServer i5- en System i5-configuratievoorbeelden in de publicatie Emulator User's Reference voor meer informatie over de configuratie van beeldscherm-, lijn- en controllergegevens op het iSeries-, eServer i5- en System i5-systeem.
Als u meerdere verbindingen wilt configureren, kunt u de publicatie
Administrator's Guide and Reference
raadplegen.
Configuraties maken
U definieert een nieuwe sessie via de volgende procedure:
- In het menu Start kiest u Programma's ->
IBM Personal Communications -> Sessie starten of configureren.
- In het venster Sessiebeheer kiest u Nieuwe
sessie.
Het venster
Communicatie Aanpassen wordt afgebeeld.
-
Selecteer het type host in de vervolgkeuzelijst
Hosttype.
- Selecteer de interface die u gaat gebruiken in de vervolgkeuzelijst
Interface.
- Selecteer het type aansluiting dat u wilt gebruiken in de
vervolgkeuzelijst Aansluiting.
- Kies Sessieparameters om het sessietype (beeldstation
of printer), de hostcodetabel en de weergave van afbeeldingen in te stellen.
Het
hostvenster Sessieparameters - 3270, 5250, ASCII of S/3X
- wordt afgebeeld (afhankelijk van de host die u hebt
geselecteerd in stap 3). Kies OK.
- Kies Verbindingsparameters.
Als u een
SNA-aansluiting selecteert, wordt u gevraagd om een SNA-aansluiting te
configureren. Geef op elke pagina de gevraagde gegevens op en kies
Volgende om door te gaan.
Kies Voltooien als u klaar bent.
Sla de
SNA-configuratie op, zoals beschreven op pagina
SNA-configuraties opslaan.
Als u een ander type
aansluiting hebt geselecteerd, maakt u de gewenste selecties voor de parameters
in het afgebeelde venster. Kies Help of druk op
F1 om aanvullende informatie over de parameters af te beelden.
Kies OK als u klaar bent. U hoeft geen
SNA-configuratie op te slaan.
Opmerking:
Als uw host is geconfigureerd voor gebruik van
SSL (Secure Sockets Layer) of TLS (Transport Security Layer), opent u de pagina
Beveiligingsinstellingen. Raadpleeg de publicatie
Administrator's Guide and Reference
voor details over de configuratie van de sessiebeveiliging.
-
Ga naar
de pagina Hostdefinitie om de
Verbindingsopties te configureren.
-
Voor de instelling van een printerkoppeling, gaat u naar de
tab Bijbehorende printer en doet u het volgende:
- Selecteer Bijbehorende printersessie.
- Geef het WS-bestand op voor de printer die moet worden gekoppeld aan een
bepaald werkstation. U kunt ook Zoeken kiezen om het
bestand op te sporen.
U kunt ook de volgende opties instellen:
- Selecteer desgewenst het aankruisvakje Bijbehorende
printer als pictogram starten. Deze optie is pas beschikbaar als een bijbehorende printer is geselecteerd.
- Selecteer desgewenst het aankruisvakje Bijbehorende
printersessie automatisch tegelijk met deze sessie afsluiten.
Deze optie is pas beschikbaar als een bijbehorende printer is geselecteerd.
- Selecteer Naam bijbehorend apparaat om de beeldstationsessie te koppelen aan een van de printers die op een iSeries-, eServer i5- of System i5-host zijn gedefinieerd. Deze optie is alleen beschikbaar voor 5250-sessies.
- Na de configuratie van de sessieopties kiest u OK in
het Telnet-venster.
- Kies OK in het venster Communicatie
Aanpassen.
De sessie wordt automatisch afgebeeld.
Sla het werkstationprofiel
op als beschreven in Werkstationprofielen opslaan.
Opmerking:
Als u een gebruikersprofiel van een eerdere versie van Personal Communications hebt, kan het zijn dat de functie voor automatische aanmelding niet werkt als u probeert verbinding te maken met een iSeries, eServer i5- of System i5-host via een SNA-aansluiting. In dit geval moet u het gebruikersprofiel opnieuw
maken. Kies Gebruikersprofiel configureren in het venster Sessieparameters - 5250-host.
Configuratiegegevens opslaan
In deze paragraaf wordt beschreven hoe u configuratiegegevens kunt
opslaan. SNA-configuratiegegevens worden opgeslagen in een
ACG-bestand en configuratiegegevens voor de emulator worden
opgeslagen in een werkstationprofiel (WS-bestand).
SNA-configuraties opslaan
Het venster Opslaan als wordt automatisch afgebeeld nadat u
een configuratie met een SNA-aansluiting hebt gemaakt of gewijzigd. Volg de
volgende procedure om deze gegevens op te slaan in een configuratiebestand:
- Typ de bestandsnaam en kies Opslaan.
Het standaard bestandstype is ACG en de standaarddirectory is de
directory voor toepassingsgegevens die is opgegeven bij de
installatie.
Als u een SNA-configuratiebestand opslaat, wordt dit
automatisch het standaardconfiguratiebestand voor het
SNA-knooppunt.
Vervolgens
wordt het venster Communicatie Aanpassen opnieuw afgebeeld.
- Kies OK totdat u terugkomt in het sessievenster, en sla
vervolgens uw werkstationprofiel op zoals beschreven in de volgende paragraaf,
Werkstationprofielen opslaan.
Opmerking:
Om een ACG-configuratie voor SNA te kunnen wijzigen of maken
moet u een beheerder zijn of een gebruiker met speciale machtigingen.
Werkstationprofielen opslaan
Als u de configuratiegegevens voor de emulator opslaat, heeft de sessie
de volgende keer dat u deze start dezelfde instellingen. Als u een
pictogram aan de map Personal Communications hebt toegevoegd, kunt u daarmee (via het
menu Start) de sessie eveneens opnieuw starten met de opgeslagen
configuratiegegevens. U wordt automatisch in de gelegenheid gesteld
om uw sessiegegevens op te slaan als u een sessie sluit. Als u
echter de gegevens op een ander moment wilt opslaan, gaat u als volgt
te werk:
- Kies Opslaan uit het menu Bestand in
het sessievenster.
Het venster Werkstationprofiel opslaan als wordt afgebeeld.
- Typ een bestandsnaam (WS-bestand) en klik op OK. De naam die u typt, wordt bij het
pictogram afgebeeld, tenzij u een beschrijving opgeeft. U kunt zelf een directory kiezen voor het
bestand, maar standaard wordt dit opgeslagen in de directory voor
toepassingsgegevens die is opgegeven bij de installatie.
- In Sessiebeheer wordt een pictogram afgebeeld dat
hoort bij het profiel.
Configuratiegegevens wijzigen
U kunt alle configuratieparameters in het werkstationprofiel en in de
SNA-configuratie wijzigen.
SNA-configuraties wijzigen
U kunt de basisparameters van een SNA-configuratie
voor uw sessie op de volgende manieren wijzigen:
- Met de SNA-configuratiewizard van de emulator
- Met het programma Configuratie SNA-knooppunt
- Door het configuratiebestand te bewerken met een ASCII-editor
Opmerking:
Voor de wijziging van uitgebreide configuratieopties of
voor de definitie van een andere standaardconfiguratie kunt u het
beste het programma Configuratie SNA-knooppunt gebruiken, dat meer configuratieopties biedt dan de wizard van de emulator. Als u de configuratiebestanden handmatig wijzigt, is het raadzaam het
hulpprogramma Configuratie SNA-knooppunt Controleren uit te voeren
voordat u een bestand voor de eerste keer gebruikt.
De emulatorconfiguratie gebruiken
Ga als volgt te werk om een SNA-configuratie te wijzigen:
- Kies Configureren uit het menu Communicatie
en kies vervolgens Sessieparameters.
- Breng de gewenste wijzigingen aan bij de parameters in dit
venster en kies OK.
- Kies Verbindingsparameters.
Uw
standaard configuratiebestand wordt nu automatisch geopend. Als u
een andere configuratie wilt aanpassen, kiest u
Bestaand en selecteert u het
configuratiebestand dat u wilt wijzigen.
Er wordt een wizard
gestart die u door de configuratie voert.
- Breng de gewenste wijzigingen aan en kies Volgende.
Zo kunt u alle stappen van de wizard doorlopen en waar nodig
wijzigingen aanbrengen.
- Kies Voltooien als u klaar bent.
- Als u de bestaande configuratie wilt vervangen, kiest u
Ja om het bestand te overschrijven. Als u een
nieuwe configuratie wilt maken die is gebaseerd op de bestaande, typt
u een nieuwe bestandsnaam. U moet echter Configuratie SNA-knooppunt
gebruiken als u van een nieuwe configuratie de standaardconfiguratie
wilt maken.
- Kies OK totdat u terug bent in het sessievenster.
Het programma Configuratie SNA-knooppunt gebruiken
Het programma Configuratie SNA-knooppunt is een grafische
gebruikersinterface (GUI) waarmee u de inhoud van de ACG-bestanden kunt beheren. Met dit programma kunt u
afzonderlijke SNA-resources definiëren en deze definities wijzigen.
Configuratiebestanden bewerken met een ASCII-editor
U kunt een configuratiebestand maken en bewerken zonder de
interface van Configuratie SNA-knooppunt te openen. U kunt een willekeurige ASCII-editor gebruiken.
Een controlefunctie
is beschikbaar zodat u het bestand op fouten kunt
controleren nadat u het hebt bewerkt.
Raadpleeg de handleiding Configuration File Reference voor informatie over het bewerken van uw
configuratiegegevens in een ASCII-editor en de controle van de
aangebrachte wijzigingen.
Werkstationprofielen wijzigen
Ga als volgt te werk om een werkstationprofiel te wijzigen:
- Klik, als het sessievenster nog niet actief is, op het pictogram van het
werkstationprofiel dat u wilt wijzigen.
Het sessievenster wordt afgebeeld.
- Kies Configureren uit het menu
Communicatie.
Hierna volgt u de stappen voor het maken van een nieuwe
configuratie, te beginnen met stap 3.
- Nadat u de wijzigingen hebt aangebracht, wordt het volgende
bericht afgebeeld:
De communicatie wordt beëindigd omdat u de
configuratie hebt gewijzigd. Wilt u doorgaan?
Als u
OK kiest, wordt de communicatie beëindigd, maar
vervolgens worden de nieuwe configuratiegegevens gebruikt om opnieuw
een verbinding tot stand te brengen.
Als u de wijzigingen in uw
werkstationprofiel wilt bewaren, kiest u Opslaan uit het
menu Bestand in het sessievenster en vervolgens kiest u Ja om het bestaande bestand te vervangen. Als u Nee kiest, kunt u deze informatie in een nieuw bestand opslaan.
Tip
Bij het afsluiten van een sessie worden wijzigingen automatisch
opgeslagen in het werkstationprofiel, tenzij u Voorkeuren -> Afsluitopties uit het menu Bewerken kiest en in
het afgebeelde venster Afsluitopties de selectie van de betreffende optie
ongedaan maakt.
Het werkstation configureren voor Thais, Hindi,
Arabisch of Hebreeuws
Raadpleeg de paragraaf over bidirectionele taalondersteuning in de
publicatie Administrator's Guide and Reference voor meer informatie over het maken van afdrukken en andere
configuratie-instellingen.
Configureren voor Thais
Ga als volgt te werk om uw werkstation te configureren voor de taal Thais:
- Kies Configureren uit het menu Communicatie.
- Kies Sessieparameters.
- Selecteer aan van de volgende hostcodetabellen:
Volg onderstaande stappen om Thaise toetsenbordinstellingen in te
schakelen:
- Kies Voorkeuren -> Toetsenbord uit het menu Bewerken.
- Kies Toetsenbordindeling: Thais.
Configureren voor Hindi
Ga als volgt te werk om uw werkstation te configureren voor de taal Hindi:
- Kies Configureren uit het menu Communicatie.
- Kies Sessieparameters.
- Selecteer aan van de volgende hostcodetabellen:
Volg onderstaande stappen om toetsenbordinstellingen voor Hindi
in te schakelen:
- Kies Voorkeuren -> Toetsenbord uit het menu Bewerken.
- Kies Toetsenbordindeling: India--Hindi.
Raadpleeg de publicatie Administrator's Guide and Reference voor meer informatie over Hindi-ondersteuning.
Configureren voor Arabisch of Hebreeuws
U stelt een werkstation als volgt in voor Arabisch:
- Kies Configureren uit het menu
Communicatie.
- Kies Sessieparameters om het venster
Communicatie Aanpassen af te beelden.
- Selecteer 420 Arabisch als de
hostcodetabel.
Opmerking:
Als u de 420-hostcodetabel
selecteert in een 5250-printersessie, wordt u door Personal Communications gevraagd het
bestand PCSPDA.DAT te laden.
Met behulp van dit bestand worden de door de host opgegeven
lettertypen op de juiste wijze toegewezen aan het afdruklettertype
Typing Arabic. Raadpleeg de paragraaf over bidirectionele
taalondersteuning van de publicatie
Administrator's Guide and Reference voor meer informatie over de opties
van DAT-bestanden voor Arabische sessies.
- Kies OK in het venster Sessieparameters.
- Kies OK in het venster Communicatie Aanpassen.
- Kies Toetsenbord uit het menu Bewerken -> Voorkeuren. Kies
Arabisch als toetsenbordindeling.
- Kies Lettertype uit het menu
Bewerken -> Voorkeuren -> Presentatie.
Kies ARB3270 in de keuzelijst Variabele grootte of Vaste grootte. Hierdoor wordt Arabisch het actieve lettertype.
- Kies API-instellingen uit het menu
Bewerken -> Voorkeuren.
- Selecteer het aankruisvakje DDE/EHLLAPI en
kies 1256 als de PC-codetabel.
- Kies Pagina-indeling uit het menu
Bestand. Kies Typing
Arabic als het lettertype om Arabische bestanden af te kunnen
drukken.
Volg de onderstaande procedure om voor een Arabische sessie
de spiegeling van getallen of haakjes in te stellen:
- Kies Voorkeuren -> Presentatie -> Beeldscherm instellen uit het menu Bewerken.
- Kies Spiegelen in de keuzelijst Categorie aan de
linkerzijde. De instellingen voor de verwerking van getallen en haakjes
worden rechts in het venster afgebeeld. Als u wijzigingen aanbrengt,
worden deze meteen van kracht in de actieve sessie.
Opmerking:
Getallen spiegelen is alleen mogelijk bij 3270-sessies.
Deze functie kan niet worden geselecteerd in een iSeries-, eServer i5- of System i5-sessie.
U stelt een werkstation als volgt in voor Hebreeuws:
- Kies Configureren uit het menu
Communicatie. Kies vervolgens
Sessieparameters om het venster Communicatie
Aanpassen af te beelden.
- Kies 424 Hebreeuws (Bulletin Code) of
803 Hebreeuws (Old Code) als de hostcodetabel.
- Kies OK in het venster Sessieparameters.
- Kies OK in het venster Communicatie Aanpassen.
- Kies Toetsenbord uit het menu Bewerken -> Voorkeuren. Kies
Hebreeuws (Bulletin
Code) of Hebreeuws (Old Code) als
toetsenbordindeling.
- Kies Overdracht uit het menu Bewerken -> Voorkeuren.
- Op de pagina Algemeen kiest u 862,
916 of 1255 uit de lijst
PC-codetabel.
- Kies API-instellingen uit het menu
Bewerken -> Voorkeuren.
- Selecteer het aankruisvakje DDE/EHLLAPI en
kies vervolgens 862, 916
of 1255 als PC-codetabel.
- Kies Lettertype uit het menu
Bewerken -> Voorkeuren -> Presentatie.
- Kies HEB3270 in de keuzelijst
Variabele grootte of kies de gewenste grootte
voor het lettertype in de lijst Vaste grootte.
- Kies Pagina-indeling uit
het menu Bestand.
- Op de pagina Tekst kiest u het
printerlettertype (Courier Heb).
Afdrukrichting RTL
Vanuit een Arabische 3270-printersessie
(codetabel 420) kunt u een bestand afdrukken met de schrijfrichting RTL
(rechts naar links). Selecteer de schrijfrichting Rechts naar links in het
venster Printerinstelling. Daarna kunt u desgewenst de
opties voor het spiegelen van haakjes en/of getallen selecteren.
Pagina-instelling voor Arabische printersessies
Met het Windows-printerstuurprogramma
Voor 5250-printersessies opent u de pagina Uitgebreide
opties in het venster Pagina-instelling. Stel de parameter
Codetabel voor lettertypen in op
1008.
Voor 3270-sessies gaat u naar de pagina Tekst van
het venster Pagina-instelling. Stel het Lettertype
in op Typing Arabic.
PDT-bestanden (Printer Definitie Tabellen) gebruiken
Voor 5250-printersessies opent u de pagina Uitgebreide
opties in het venster Pagina-instelling. Stel de parameter
Codetabel voor lettertypen in op
864.
Afdrukconversie op host (voor 5250-emulatiesessies)
Voor 5250-printersessies opent u de pagina Uitgebreide
opties in het venster Pagina-instelling. Stel de parameter
Codetabel voor lettertypen in op
864.
Lam Alef-uitbreiding
Het programma voor bidirectionele indeling converteert van zichtbare
naar impliciete weergave van Arabische tekens en andersom. Een Lam
Alef-ligatuur in de rechtstreekse weergave wordt uitgebreid tot een
<Lam>- plus een <Alef>-teken in de impliciete weergave. Als er
onvoldoende spaties staan aan het einde van de Arabische tekst (het begin
van het veld waarin het Lam Alef-teken wordt uitgebreid), gaan deze
tekens aan het einde van het Arabische veld verloren en worden deze
vervangen door de stuurcode <SUB>.
Om voor een voldoende aantal spaties aan het begin van het veld te
zorgen, reserveert Personal Communications één spatie voor elk Lam Alef-teken. Als u
probeert een teken over een gereserveerde spatie heen te typen, verschijnt
er een foutbericht.
In het volgende voorbeeld resulteert het invoeren van één Lam
Alef-teken aan het begin van de Arabische tekst in de bescherming van één
spatie aan het begin (links) van het gebruikte veld.
| Positie |
1 |
2 |
3 |
4 |
6 |
| Teken |
Niet toegestaan (beschermd) |
open |
open |
open |
<Lam Alef> |
In dit voorbeeld zijn twee Lam Alef-tekens ingevoerd en dus beschermt
Personal Communications twee spaties aan het einde van het Arabische veld.
| Positie |
1 |
2 |
3 |
4 |
5 |
| Teken |
Niet toegestaan (beschermd) |
Niet toegestaan (beschermd) |
open |
<Lam Alef> |
<Lam Alef> |
Opmerkingen:
- Als er geen onbeschermde spaties meer beschikbaar zijn in een veld en
u probeert nog meer tekens in te voeren, dan verschijnt er een foutbericht
en wordt het toetsenbord geblokkeerd. Gebruik in dat geval de opdrachtknop
Beginwaarden om de blokkering van het toetsenbord op
te heffen.
- Als bij gebruik van de functies voor plakken en wissen de meest linkse
positie in het veld (positie 1 in bovenstaande voorbeelden) geen spatie is
wanneer het Lam Alef-teken wordt ingevoerd, kunt u het Lam Alef-teken niet
invoeren en zal Personal Communications een foutbericht (ongeldige toets) afbeelden.
- Deze Lam Alef-uitbreidingsfunctie wordt niet ondersteund onder Windows
Terminal Server.
Deze beveiligingsfunctie bij Lam Alef-uitbreiding kan worden
ingeschakeld in het menu Bewerken -> Voorkeuren
-> Presentatie -> Beeldscherm instellen.
Bestandsoverdracht
Als u werkt met Arabische taalinstellingen, zijn bij bestandsoverdracht
tussen de PC en de host de volgende PC-codetabellen beschikbaar: codetabel
864 (de Arabische PC-codetabel van
IBM)
en 1256 (de Arabische codetabel van
Microsoft
voor
Windows).
Als u Hebreeuwse bestanden overbrengt tussen de PC en de host,
kunt u gebruikmaken van de PC-codetabellen 862
(IBM-codetabel
voor Hebreeuws), 916 (conform ISO-standaard) of 1255
(Microsoft
Windows-codetabel
voor Hebreeuws).
Opmerking:
Wanneer u een PC-bestand naar de host
overbrengt en u geeft een recordlengte op die kleiner is dan de lengte van de
PC-regel, dan is de regeloverloop op de host mogelijk onjuist. Om dit probleem
te vermijden, moet u bij het overbrengen van het PC-bestand een recordlengte
groter dan de maximale PC-regellengte opgeven. Met behulp van een hosteditor
(bijvoorbeeld XEDIT) kunt u de regels daarna splitsen.
U kunt de parameters voor bestandsoverdracht instellen via
de volgende procedure:
- Kies Bewerken -> Voorkeuren ->
Overdracht in het sessievenster.
- Ga naar de pagina Algemeen.
- Kies de opdrachtknop BIDI-opties.
U kunt de volgende opties kiezen:
- Kies voor de host in het vak Schrijfrichting
hostbestand de optie Rechts naar links of
Links naar rechts.
- Kies voor de PC in het vak Schrijfrichting
PC-bestand de optie Rechts naar links of
Links naar rechts.
- Wanneer u bij de bestanduitwisseling tussen de host en de PC
gebruikmaakt van de PC-codetabel 1255 of 1256, kunt u als PC-bestandstype
Zichtbaar selecteren als u het bestand in de zichtbare
modus wilt overbrengen. Anders gebruikt u Impliciet om
het bestand in de logische werkstand over te brengen. De standaardinstelling is
Impliciet.
- Wanneer u een Arabisch bestand wilt uploaden (verzenden) naar de host,
moet u het aankruisvakje Lam Alef-compressie
selecteren. Wanneer u een Arabisch bestand wilt downloaden (ontvangen) van
de host, moet u het aankruisvakje Lam
Alef-uitbreiding selecteren.
- Met de optie Haakjes spiegelen worden
symmetrische tekens bij de overdracht gespiegeld.
Zo worden bijvoorbeeld in een reeks tekens met de schrijfrichting van rechts
naar links de tekens ( omgezet naar de tekens
) en omgekeerd.
- Met de optie Round Trip schakelt u de
veldomkering voor getallen uit indien deze worden voorafgegaan door
Arabische tekens.
- Selecteer de gewenste cijfervorm:
Nominaal, Nationaal of
Contextueel.
Opmerking:
Wanneer u vanuit een RTL-venster een bestand
verzendt of ontvangt, moet u het spiegelen van haakjes en getallen
uitschakelen. Dat doet u via de menuopties Bewerken
-> Voorkeuren -> Beeldscherm instellen.
Voor de categorie Spiegelen stelt u vervolgens de
opties Haakjes spiegelen en
Getallen spiegelen in op Nee.
Gegevensoverdracht voor Arabisch
Als u SQL-gegevens overbrengt tussen de PC en iSeries, eServer i5 of System i5 kunt u gebruikmaken van de PC-codetabellen 864 (IBM-codetabel voor Arabisch) en 1256 (Microsoft Windows-codetabel voor Arabisch). Ga als volgt te werk om gegevens over te brengen:
- Kies Voorkeuren -> Overdracht uit het
menu Bewerken.
- Kies de tab voor de Conversietabel.
- Kies Van gebruiker.
- Kies Hostcodetabel: 420 Arabisch.
- Kies Codetabel PC: 864 of 1256.
Als
codetabel 1256 is geselecteerd, moet u de parameters voor de
schrijfrichting in het hostbestand instellen zoals beschreven bij
bestandsoverdracht.
Voor bidirectionele sessies hangen de standaard host- en
PC-codetabellen af van de Windows-systeemlocale. Voor de Hebreeuwse
Windows-versie is de hostcodetabel 424 en de PC-codetabel 1255. Voor de
Arabische Windows-versie is de hostcodetabel 420 en de PC-codetabel 1256.
Desgewenst kunt u deze waarden handmatig wijzigen.
OIA-indicators voor Arabisch
De onderste regel in de hostsessie wordt het informatiegebied
(OIA) genoemd. Deze regel wordt altijd van links naar rechts
afgebeeld.
In een Arabische omgeving worden de volgende symbolen gebruikt:
- Taalindicator
- Geïsoleerde EIN
Huidige taal, Arabisch
- E : Huidige taal, Engels
- Schrijfrichting in het venster
- S> : Schrijfrichting van links naar rechts
- <S : Schrijfrichting van rechts naar links
- Schrijfrichting
- => : Van links naar rechts
- <= : Van rechts naar links
-
: Push-richting links naar rechts (alleen 3270)
-
: Push-richting rechts naar links (alleen 3270)
- Automatische veldomkeringsfunctie actief (alleen 3270)
- Automatische veldomkering voor getallen (alleen 3270)
- Indicator automatische opschuiffunctie (alleen 3270)
- Werkstand Arabische tekenvorm
- Het teken Alef Madda
geeft
de werkstand CSD aan.
- Geïsoleerde GHEIN
geeft de werkstand
Basis/geïsoleerde vormgeving aan.
- Eerste GHEIN
geeft de
werkstand Eerste vormgeving aan (alleen 3270)
- Middelste GHEIN
geeft de werkstand
Middelste vormgeving aan (alleen 3270)
- Laatste GHEIN
geeft de werkstand
Laatste vormgeving aan (alleen 3270)
OIA-indicators voor Hebreeuws
De onderste regel in de hostsessie wordt het informatiegebied
(OIA) genoemd. Deze regel wordt altijd van links naar rechts
afgebeeld. In een Hebreeuwse omgeving worden de volgende symbolen
genoemd:
- Taalindicator
- H : Huidige taal is Hebreeuws
- E : Huidige taal is Engels
- Schrijfrichting in het venster
- S> : Schrijfrichting van links naar rechts
- <S : Schrijfrichting van rechts naar links
- Schrijfrichting
- => : Van links naar rechts
- <= : Van rechts naar links
- #>: Push-richting links naar rechts (alleen 3270)
- <#: Push-richting rechts naar links (alleen 3270)
- Automatische veldomkeringsfunctie actief - bidirectionele pijl
- Automatische veldomkering voor getallen
- Indicator automatische opschuiffunctie
VT-emulatie voor Arabisch of Hebreeuws configureren
U stelt als volgt een Arabisch of Hebreeuws werkstation in voor
VT-emulatie:
- Kies Configureren uit het menu
Communicatie.
- Kies ASCII als het hosttype.
- Klik op de knop Sessieparameters.
- Kies Nationaal als het type hostcodetabel.
- Kies de hostcodetabel.
- Als u het werkstation configureert voor Arabisch,
kiest u Arabisch ASMO 708 voor een
codetabel van 8 bits of Arabisch ASMO 449 voor
een codetabel van 7 bits.
- Als u een werkstation configureert voor Hebreeuws, kiest u
Hebreeuws ISO of Hebreeuws NRCS.
- Kies Geavanceerd.
- Kies BIDI-opties.
- De bidirectionele opties kunt u instellen in het venster
Uitgebreide BIDI ASCII-host.
- U configureert als volgt voor Arabisch:
- Kies Cijfervorm.
- Schakel BIDI-werkstand in of uit.
- U configureert als volgt voor Hebreeuws:
- Kies Teksttype op beeldscherm.
- Kies Cursorrichting (alleen voor
Hebreeuwse sessies van het type Zichtbaar).
- Sluit alle openstaande vensters door erin
op OK te klikken.
- Selecteer een lettertype door in het menu
Bewerken te kiezen
voor Voorkeuren -> Presentatie -> Lettertype.
- Selecteer Lettertype.
- Voor Hebreeuws kiest u HEB3270.
- Voor Arabisch kiest u AVT3270.
Bestandsoverdracht
Bij de bestandsoverdracht wordt een automatische codetabelconversie
uitgevoerd. Dit geldt echter alleen voor codetabellen van 8 bits.
Voor Arabische werkstations wordt de conversie van Arabisch ASMO
708 naar 1256 uitgevoerd tijdens de verzending. De codetabelconversie wordt
omgekeerd bij ontvangst.
Voor Hebreeuwse werkstations wordt de conversie van Hebreeuws ISO
naar 1255 uitgevoerd tijdens de verzending. De codetabelconversie wordt
omgekeerd bij ontvangst.
Kopiëren/plakken
Bij de kopieer- en plakbewerkingen wordt automatisch een
codetabelconversie uitgevoerd.
Voor Arabisch wordt de conversie uitgevoerd van de huidige
hostcodetabel naar 1256, en vice versa. Voor Hebreeuws wordt de
conversie uitgevoerd van de huidige hostcodetabel naar 1255,
en vice versa.
Schermafdruk maken
U maakt als volgt een schermafdruk uit een Arabische of
een Hebreeuwse sessie:
- Kies Pagina-indeling uit het menu
Bestand.
- Voor een Arabische sessie selecteert u het
lettertype Typing Arabic VT. Voor een
Hebreeuwse sessie selecteert u het lettertype Courier Heb.
Arabische OIA-indicators voor VT
In een Arabische omgeving worden de volgende OIA-symbolen gebruikt:
- Taalindicator
- AIN (Arabisch teken): Huidige taal is Arabisch
- E : Huidige taal is Engels
- Schrijfrichting in het venster
- S> : Schrijfrichting van links naar rechts
- <S : Schrijfrichting van rechts naar links
- Kolomkop
- CH : Functie voor kolomkoppen is ingeschakeld
Hebreeuwse OIA-indicators voor VT
In een Hebreeuwse omgeving worden de volgende OIA-symbolen
gebruikt:
- Taalindicator
- H : Huidige taal is Hebreeuws
- E : Huidige taal is Engels
- Schrijfrichting in het venster
- S> : Schrijfrichting van links naar rechts
- <S : Schrijfrichting van rechts naar links
- Werkstand Teksttype
- I : Tekstwerkstand Logisch/Impliciet
- V : Tekstwerkstand Zichtbaar
- Cursorrichting
- => : Van links naar rechts
- <= : Van rechts naar links
Uitgebreide BIDI-weergaveopties wijzigen
U stelt de uitgebreide BIDI ASCII-opties voor Hebreeuwse sessies
als volgt in:
- Kies de Hebreeuwse hostcodetabel onder Nationaal. Klik op de knop
Uitgebreid in het venster
Sessieparameters - ASCII-host.
- Klik op de knop BIDI-opties in het venster
Communicatie aanpassen - Uitgebreide ASCII-host.
- Als Teksttype op beeldscherm kiest u
Logisch of Zichtbaar.
- Voor Logische Hebreeuwse sessies kunt u de optie Slim sorteren
Inschakelen of
Uitschakelen. Als u de optie Slim sorteren
inschakelt, kiest u bij de optie Tekstkenmerken afbeelden
Ja of Nee.
- Voor Hebreeuwse sessies in de werkstand Zichtbaar selecteert u links naar
rechts of rechts naar links als cursorrichting.
U stelt de uitgebreide BIDI ASCII-opties voor Arabische sessies
als volgt in:
- Kies de Arabische hostcodetabel onder Nationaal. Klik op de knop
Uitgebreid in het venster
Sessieparameters - ASCII-host.
- Klik op de knop BIDI-opties in het venster
Communicatie aanpassen - Uitgebreide ASCII-host.
- Kies bij de optie Cijfervorm voor Contextueel, Nominaal of Nationaal.
- De BIDI-werkstand kunt u Inschakelen of
Uitschakelen.
- De optie Slim sorteren kunt u ook
Inschakelen of
Uitschakelen. Als u de optie Slim sorteren
inschakelt, kiest u bij de optie Tekstkenmerken afbeelden voor
Ja of Nee.